A jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. (Sorry, de opmaak van de preken is nog niet overal in orde.)
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

 TWEEDE ZONDAG VAN PASEN (A)  -  Beloken Pasen  -  6 en 7 April 2002. 

Zusters en broeders ,

Het zijn bijzonder mooie dingen die over de eerste gemeenschap van christenen in Jerusalem worden gezegd.

Ze waren aan hun geloof gehecht, staat er bv.  Ze volhardden in dat geloof.  Ze bezochten de tempel, alle dagen.  Ze braken samen hun brood, in een of ander huis.  Zelfs hun bezit hadden ze gemeenschappelijk.  Niemand noemde iets van zijn bezittingen het zijne.  Ze droegen zorg voor elkaar.  Zodoende waren er geen armen onder hen.  Ze noemden elkaar zusters en broeders.  En ze waren van vreugde vervuld.
Kort samengevat
: ze waren één.  Eensgezind.  Eén van hart en een van ziel.
Jezus had aan zijn leerlingen gezegd: Ik geef u een nieuw gebod
: dat gij elkander liefhebt zoals ik u heb liefgehad. (Johannes 13:34)
Ze waren één en ze hadden elkander lief, die eerste christenen, die van Jerusalem.

Maar - er is een "maar".
Want onmiddellijk na dit verhaal wordt er in de Handelingen der Apostelen melding gemaakt van twee mensen, een echtpaar, Ananias en Saphira, die probeerden de gemeenschap te misleiden.  Dat kwam dus ook voor
.  Ook daar al, ook al in het begin.
En een hoofdstuk verder wordt er verteld dat er in diezelfde gemeenschap ruzie was.  Het ging om discriminatie.  De gemeenschap ondersteunde de weduwen.  Dat was goed, dat was noodzakelijk, want weduwen waren er erg aan toe, zonder kostwinnaar, in een maatschappij die geen pensioenen of sociale voorzieningen kende.  Maar de weduwen van mannen die in het buitenland hadden gewoond werden achtergesteld bij de weduwen van hen die in Palestina zelf hadden geleefd.  Een kwestie van "ons kent ons" en van "het hemd is nader dan de rok" waarschijnlijk.  Maar zoiets kan scheuren teweegbrengen in een gemeenschap
.  En in ieder geval ziet echte broederlijkheid er anders uit.
Er zaten dus blijkbaar toch al vlekken op die gemeenschap, ook al op die van het begin,die van Jerusalem.

Waarom lezen we dit verhaal eigenlijk nog altijd, waarom lezen we het vandaag?  Ik denk om twee redenen.
1.  We lezen het om ons aan iets te herinneren.  We lezen het om ons eraan te herinneren dat wij als christenen nooit volkomen losstaande individuen zijn
.

Christenen zijn individuele mensen.  Dat ook.  Dat vanzelfsprekend ook.  Het geloof zelf is een zaak van ieder persoonlijk.  Geloven doe je, als het goed is, niet met de hoop mee.  De belijdenis van het geloof doen we altijd in de eerste persoon enkelvoud.  Zelfs als we het hier in de viering van de eucharistie of in de paasnacht allemaal samen doen, zeggen we nog: IK geloof.  Ik, Marie, ik René, ik Louis.
Maar je staat daarin dan nooit alleen.  Nooit geïsoleerd
.  Vanaf het eerste moment dat je christen bent, vanaf je doopsel, wordt je opgenomen in een gemeenschap
De gemeenschap geeft het geloof aan u door.  Niemand van ons heeft het geloof uitgevonden.  Wij hebben er over gehoord, van mensen die vóór ons gelovig waren.
 

In hun gemeenschap worden wij aangesproken als broeder of zuster, nog altijd.  En samen met hen herdenken wij Jezus van Nazareth, in de viering van de Eucharistie.
Gelovigen horen bij elkaar, omdat ze met zijn allen bij die éne horen,
Jezus van Nazareth, en bij Hem die Jezus zijn en onze Vader noemt.
De dichter Guillaume Van der Graft heeft dat zo verwoord

Wij horen bijeen
als de blaren van een boom
als de golven van een stroom
als de letters van een br
ief
Wij zijn van dezelfde s
tam
wij dragen dezelfde naam
wij eten hetzelfde brood.

Dat is de eerste reden waarom wij dit verhaal over die ideale christelijke gemeenschap in Jerusalem lezen: als een herinnering aan het feit dat wij bij elkander horen, een gemeenschap zijn, van bij het begin tot aan ons einde.

2.  De tweede reden is dat wij worden opgeroepen om die gemeenschap mee te dragen en te verdragen, haar vorm te geven in de lijn, in de richting van het beeld dat ons in dat verhaal over die eerste gemeenschap is getoond.
Want de afstand ten opzichte van dat beeld is soms ontmoedigend groot
.  In het eucharistisch gebed dat wij straks zullen bidden is er sprake van "mensen, groot of klein, hoe ook geschapen, overal gelijk en altijd weer in oorlog met elkaar". Dat hoeft niet altijd letterlijk zo te zijn.  AI is zelfs dat het geval geweest in Ruanda en Burundi, waar in 1994 ook christelijke Hutu's christenen onder de Tutsi's hebben vermoord en omgekeerd.
Maar hoeveel onbegrip
, onverdraagzaamheid, jaloersheid, onverschilligheid en agressie tref je niet aan in christelijke gemeenschappen, parochies, parochieraden, parochieteams enz.?
Dat is de tweede reden waarom we dit verhaal over die eerste gemeenschap lezen
: om niet te vergeten dat we niet alleen een gemeenschap zijn, maar dat we er ook nog hard aan zullen moeten werken om een gemeenschap te worden.
Zolang als we dit verhaal beluisteren dragen we die droom met ons mee: een groep mensen te worden die gaandeweg naar eenheid toegroe
ien, eenheid van hart, eenheid van ziel, zuiver van hart, zorg voor elkaar, gedeeld bezit, broederschap en zusterschap gerealiseerd, kerk en wereld omgekeerd.
En dan kan het zelfs bemoedigend zijn te weten dat het in d
ie eerste gemeente ook niet allemaal is gelukt.  Dat er ook daar al moest gevochten worden tegen bedrog en tegen discriminatie in eigen kring.

Maar die van het begin, die van Jerusalem, hebben wel aan die droom vastgehouden, ze hebben hem opgeschreven, ze hebben hem doorgegeven.
En hij is blijven leven
, die droom, dat ideaalbeeld, heel de geschiedenis door.  Als hij soms uit het zicht verdween, dan kwam hij toch steeds weer terug.
Je vindt dat ideaal van een gemeenschap van broeders en zusters bv
. in de 3e en 4e eeuw, bij de mannen en de vrouwen die dan in de eerste kloosters gaan samen wonen.
Het komt terug in allerlei vernieuwingsbewegingen
, bv. in die van de 12e en van de 13e eeuw, bij iemand als Franciscus van Assisi, die op een nieuwe en een bezielde manier over zijn broeders begint te spreken.  En als in de 19e eeuw de nieuwe religieuze congregaties als paddenstoelen uit de grond opschieten, staat deze tekst over de eerste gemeente in Jerusalem in praktisch alle leefregels van die mannen en vrouwen.
Die droom,dat ideaal van menselijk samenleven in een christelijke gemeenschap wordt doorgegeven, tot op vandaag
Ik vind het bv
. terug in een nieuwe groep van mannen en vrouwen die als eerste pijler voor hun gemeenschap hebben geformuleerd: "Samenleven in vriendschap, welwillendheid en eenvoud".
Ik vind dat verlangen ook terug in een gebed van Huub Oosterhu
is waarin de hoop op zo'n gemeenschap als volgt wordt uitgedrukt:

"Mocht aan ons worden vervuld
wat staat geschreven van mensen
Zi
j hielden zich vast aan elkaar
en waren één hart en één z
iel
en er was niemand van hen
die zei: "Dit is mijn bezit".
Want alles hadden zij samen
en niemand was in nood
.
En zo getuigden zi
j
van de opstanding der doden" (1)

Wij mogen desnoods die droom verraden. Loslaten mogen wij hem nooit.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)   OOSTERHUIS H. : Gebeden en psalmen, Baarn, Ambo, 1984 , 276 pp. ; p. 211.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.